Reisverhalen van D-Tour

Op vrijdagochtend om 5 uur ging het wekkertje, om 6 uur samen met Animal afgesproken met Rever bij de benzinepomp aan de A7 tussen Hoorn en Den Oever.
De voorgaande dagen had het veel geregend, dus de waterdichte kleding toch maar aangetrokken, de 800 tot leven gebracht en richting Animal. Die is het gewend om vroeg op te staan, dus nog tied veur een bakske, en daarna op weg.
De weergoden waren ons gunstig gezind, het zonnetje brak door, gvd de regenkleding dus voor niks aangetrokken. ’s Ochtends vroeg, nog niet al te warm dus, oké toch niet voor niets aangetrokken. 


Rever stond ons al op te wachten op de afgesproken plaats, geen last van ochtendhumeur en vrolijk als altijd. 
Snel tanken, nog een bakkie en een peuk, en weg. Als Animal tenminste z’n geld niet was vergeten. Kwebbel gebeld, niets gevonden, “O ja, ik heb het toch bij me”. Ik intussen wel de benzine en de koffie betaald. Maar ja, je moet wat over hebben voor je bro. 
Onder een mooi zonnetje, in een mooi tempo vervolgens de afsluitdijk over, Friesland en Groningen door, en bij Groninger Poort het land uit. Weer in Friesland, maar dan Ost. 
Een strak schema moest er voor zorgen dat we via Oldenburg, Bremen en Hamburg op tijd om één uur ’s middags in Puttgarden zouden zijn. Daar was, bij de boot, afgesproken met Emenem en echtgenote. 


Ook in Duitsland hebben ze het zoab ontdekt. De snelweg tussen Bremen en Hamburg was blijkbaar aan de beurt om van zo’n poreuze zwarte laag voorzien te worden. Dat betekende dus regelmatig “lekker” tussen twee rijen auto’s door laveren. Korte stops voor benzine, bakkie en peuk (nee Kwebbel, dat laatste niet voor Animal), zorgden er echter voor dat we op tijd in Puttgarden aankwamen, waar Emenem en Mariska al op ons stonden te wachten. 
Nog steeds met mooi weer, dus dat beloofde een mooi weekend te worden. 
Op de boot eerst nog maar eens wat gegeten. Ik bescheiden een paar broodjes, Animal deed zijn naam eer aan. Een bord stoofvlees, de rode kool op de koop toe, werden naar binnen gewerkt alsof het laatste avondmaal was aangebroken. Nu staan de Denen niet erg bekend om hun haute cuisine, maar om dan op de boot om half twee ‘smiddags een complete avondmaaltijd naar binnen te werken, alsof je de rest van het weekend niets meer te eten krijg, is misschien ook wat overdreven. 
De overtocht duurt niet zo lang, dus snel nog even de rest opzoeken om uit te buiken op het dek in het zonnetje. Waarom dat zonnetje zo belangrijk is, volgt later…. 
Vanaf de boot was het nog een uurtje of anderhalf naar het eiland Møn, het meest zuid-oostelijke eiland van Denemarken. Het eerste deel over de snelweg naar Kopenhagen is niet het meest mooie stuk, maar na een uurtje een brug over, rechtsaf de snelweg af, en een mooi weggetje op over de eilanden, Lage heuvels, met aan beide kanten zicht op het water. Dat leek al meer op mijn favoriete mooie routes, waar ik graag een blokje voor om rij. Mijn nickname is niet voor niets geworden wat het is.
Dankzij de navi van Animal kwamen we zonder problemen op de plaats van bestemming. Eerst wat verwarring, gestopt in een klein dorp, geen hond te bekennen, laat staan figuren als op de poster van het treffen.

 

            

 

Het adres bleek dertig meter verder te zijn dan de navi aangaf. Kniesoor die daar op let.
Maar stil was het wel. We reden toch maar het terrein op. Het was een grote binnenplaats met een soort kinderhoofies en een grasveld aan de zijkant, met een paar picknicktafels en plastic, hopen dat die het weekend overleven, tafels en stoelen, maar geen mens te zien. Wel een groot gebouw, een opgeknapte oude fabriek. We zijn toch niet een week te vroeg of zo???

Gelukkig maakten we met ons in Nederland gedoogde uitlaten voldoende herrie om iemand wakker te laten worden. Een lange slungelachtige man, niet echt het prototype van een biker, kwam naar buiten, en stelde zich voor als Jörgen. Hij verzekerde ons dat we op de juiste plek gearriveerd waren. Blijkbaar zag hij aan onze gezichten dat we hem niet geloofden, en wees ons op een binnen gestalde 1500. Het gebouw was vroeger een suikerbietenfabriek geweest, waar Jörgen, een oud luchtmachtpiloot, na zijn vroege pensioen, een restaurant met meerdere zalen, café en slaapgelegenheid, in had gemaakt.

We waren dus de eersten, wel raar om 4 uur ‘smiddags. Jörgen wees ons waar de biertjes stonden en dat we zelf maar moesten turven voor de biertjes die we pakten. Dat was bekende taal, dus van dat aanbod maakten we graag gebruik. Onder een mooi zonnetje, daar ist ie weer, genoten we van ons eerste Deense biertje.Na een half uurtje, klonk er wat herrie tussen de lage heuvels. Sidecar kwam het terrein opgereden met Lucky in de bak, vergezeld van een fors aan de maat zijnde deen. Het leek wel of zijn 1500 was gekrompen tot brommerformaat, erg vrolijk kijken deed hij ook niet.Sidecar had ergens onderweg afgesproken met Alvin, de Deense president, had hem gemist omdat Alvin steeds de afgesproken plek veranderde, en was deze Deen tegen het lijf gelopen. De beste man had verteld dat hij de weg wist, maar al snel werd duidelijk dat Sidecar beter op z’n eigen navi kon vertrouwen. Achteraf bleek dat sidecar’s reisgenoot in verband met rugproblemen nooit zoveel kilometers reed, en daarom niet zo vrolijk keek. Toch dapper dat hij een poging had gewaagd om John de weg te wijzen. Omdat we onze tenten toch mee hadden vroegen we aan Jörgen waar we onze tenten neer konden zetten. Hij nam ons mee naar de achterkant van het gebouw, en daar bleken oplopend in hoogte een aantal heel mooi aangelegde terrassen met gras te liggen. Ideale plekken voor onze tenten, dus snel de tenten opgezet.

Niet veel later kwamen er een aantal Denen, waaronder Alvin op z’n Meanstreak, en arriveerden ook Graham, Dave en Rob, onze vrienden uit de UK. Zij pikten dit treffen mee op doorreis naar Zweden, waar een week later hun jaarlijkse nationale treffen plaats zou vinden. Ook Rever, Sidecar, Lucky, Emenem en Mariska zouden na het weekend nog die kant op gaan. Alles bij elkaar stonden er ’s avonds na het avondeten zo’n twintig Vulcans van diverse types op de binnenplaats, als decor tijdens het bier drinken. De Denen reden bijna allemaal op standaard fietsen. Alleen de bike van Alvin had een mooie special paint en wat bijzondere onderdelen. Dit kwam niet alleen omdat ze net met het chapter begonnen zijn, maar ook omdat de aanschaf van luxe artikelen, al snap je niet dat motoren daar ook onder vallen, want eerste levensbehoefte, heel zwaar belast worden door de Deense overheid. Stond met m’n oren stond te klapperen wat die dingen in Denemarken kosten. Snap ook heel goed dat ze daardoor niet zoveel geld overhouden om er wat bijzonders van te maken. Ja Kwebbel, heb eerlijk verteld dat ik zelf nog geen Vulcan had, en blij was dat ik jouw trouwe 800 mocht lenen om de trip te maken. En ja, ze waren jaloers op het mooie geluid uit de pijpen. 

Dave zat op zijn praatstoel. Hij vertelde in geuren en kleuren over zijn belevenissen op zijn ambulance. Blijkbaar wordt er in Engeland niet zoveel geld besteed aan het onderhoud van die dingen. De verhalen gingen namelijk niet over de mensen die hij vervoerde, en de verwondingen die dit noodzakelijk maakte, maar meer over de onderdelen die hij verloor als hij naar ongelukken en zo toe reed. Ook stonden er af en toe dieren en de weg, hard remmen noodzakelijk, en weer een koplamp kwijt. But don’t shoot the donkey!!! Na een voortzetting binnen aan de lange tafel, was het op een gegeven moment toch tijd om na een lange dag met ruim 700 kilometer onder de wielen, de nodige geturfde biertjes, en veel “vind ik leuk”’s, duim omhoog, de tent in te kruipen. De volgende dag scheen het zonnetje nog steeds, al waaide het al wel wat harder. Na een goed ontbijt vetrokken we voor een toerrit over het eiland. Aan Jörgen werd gevraagd om eerst naar een benzinepomp te rijden. Met name Dave was bang dat hij niet ver zou komen. Komt in orde, was het antwoord. Een rit met een slakkengang voerde ons echter naar een oude grafheuvel. Jörgen was zeker bang dat we hem op de slingerweggetjes kwijt zouden raken. Hij heeft nog nooit met ons over de dijken in Noord-Holland gereden, wist hij veel! Na een tijdje op de grafheuvel van de omgeving te hebben genoten en een kleine verkenning van de binnenkant, laag en donker, shit Rob kruip jij hier ook rond, was het weer tijd om verder te gaan..

 

    


We zouden door Stege rijden en dan naar de kliffen van Møn gaan. Een soort Dover, maar dan in Denemarken. Voordat we de bikes tot leven wekten, kreeg Jörgen de boodschap dat het allemaal wel wat harder kon, en dat er dringend brandstof nodig was. Kwam goed. Niet dus. Dave ging steeds meer slingerend rijden om de laatste restjes ontploffingsvloeistof te benutten, totdat... Gelukkig had Sidecar, zoals altijd, z’n reservevoorraad onder de hoede van Lucky in het span staan. Dave blij, iedereen blij, want we konden weer verder.

Na de noodzakelijke stop om te tanken, verder door Stege, richting kliffen. In Stege klonken de uitlaten van Kwebbels 800 heel mooi in de nauwe straten tussen de huizen. Grappig toch, hoe dit altijd van die verschillende reacties oproept. Van meewarig nee schuddende hoofden van brave burgers, tot enthousiast armgezwaai en duimen omhoog van kinderen die vervolgens door hun boze moeders weer snel meegetrokken worden. Blijkbaar niet veel gewend, de mensen op Møn.
Aangekomen bij de kliffen dacht Jörgen zeker dat we op XT’tjes aan het rondcrossen waren.
We moesten over een weggetje van nat rood klei-achtig spul naar boven een aantal heuvels op, dwars door watergeulen en nog meer van dat soort ongemak. Zeker als je al glibberend een bocht door aan het schuiven bent.

Gelukkig kwam iedereen deze survivaltocht zonder kleerscheuren door, ook Mariska op haar eerste trip.
Uiteindelijk kwamen we bij een soort bezoekerscentrum. Geen klif te zien. Dat klopte ook wel, want daarvoor moest je eerst een trap naar beneden. Zeer veel treden en heel steil, maar ik zag de bui al hangen, je moet ook weer omhoog. Toch maar naar beneden gegaan om een fototje te kunnen schieten. Halverwege kwam ik Rob tegen, die geen pap meer kon zeggen. Dat was voor mij het teken om de eerste de beste gelegenheid, halverwege, te benutten om een foto van de klif te maken, en weer naar boven te gaan.

 

     


Weer bovengekomen, hijgend, shit, toch maar stoppen met roken?, stond de rest al ongeduldig te wachten om weer te vertrekken.
Na een gelukkig veel kortere tocht door de natte klei naar beneden, kwamen we via wat slingerweggetjes aan bij een dorp met een vissershaventje.
Het mooie terras aan het water van het plaatselijke restaurant, was bij het binnenrijden van het dorp al duidelijk zichtbaar, en gelukkig, daar gingen we inderdaad onze magen vullen.

De bediening verwees ons heel trots naar een mooi buffet, zag er lekker uit, maar logisch in een vissershaven, alleen maar vis. Hoef ik effe niet! Na wat paniekerig heen en weer ge-ren, werd er voor die rare Hollander toch iets bij gezet wat niet uit de zee kwam.
De maaltijd werd met veel plezier, nog steeds in het zonnetje, op het terras verorberd, en na een uurtje werd de trip voortgezet.
 

     


Het weer begon al wat slechter te worden, het werd wat bewolkter, en na een mooie tocht langs de kust, over slingerende weggetjes tussen de lage heuvels door, werd er gestopt bij een kerk. Omdat het wat begon te regenen dacht iedereen dat Jörgen stopte voor de regen.
Maar nee, hij begon een verhaal te vertellen over de historie van de plek, en zei met een glimlach dat we maar in de kerk moesten gaan kijken.
Bleek het een kerk te zijn met allerlei bijna pornografische schilderingen op de muur.
Na deze schildringen uitgebreid bewonderd te hebben, starten we de bikes weer voor het laatste stuk. Jörgen had ons heresfordbeef beloofd voor het avondeten, en daar waren we wel aan toe.


Het weer werd steeds slechter, het werd grijzer en natter, dus eenmaal aangekomen gingen we snel naar binnen, en werden de biertjes weer opengetrokken, en geturft. Animal en ik gingen nog gauw even drie dorpen verder benzine tanken voor de start van de terugrit van de volgende dag en kwamen midden in een hoosbui terecht. Een voorbode voor de volgende dag.
We hadden, door de mooie bruggen die we hadden gezien, besloten om de terugreis de volgende dag niet met de boot naar Puttgarden te gaan, maar over de diverse bruggen via Odense en het vasteland te rijden. Ongeveer 200 kilometer meer, maar dat leek ons de moeite waard.
Teruggekomen van het tanken, waren we binnen snel weer opgedroogd. Jörgen kwam het vlees voor het avondeten showen. Ik dacht dat ie een snoek van een meter in z’n armen had, maar het bleek toch echt het beloofde stuk beef te zijn, pffff.

     


Dit stuk vlees ging in één stuk op de BBQ en smaakte daarna voortreffelijk.
Tijdens de maaltijd werden we door Alvin bedankt voor onze aanwezigheid en ontvingen de buitenlandse aanwezigen, 7 Nederlanders en 3 Engelsen, een pin van het Deense chapter. Omdat Deens muntgeld een gat in het midden heeft, bezuinigingen?, waren we al snel bezig om de pin, met daarachter een Deense munt, op ons vest te spelden. 

Na de maaltijd, en de daarbij behorende biertjes, werden we uitgenodigd om in het dorp aanwezig te zijn bij het vuur te ere van het midzomernachtfeest. Deze vuren werden oorspronkelijk gemaakt om door te geven dat er een koningskind was geboren, en er zit volgens traditie een heel verhaal aan vast, dat bij het vuur door de mensen van het dorp werd opgevoerd. Omdat wij, onder het genot van een biertje, de voorstelling enigszins verstoorden, we begrepen er namelijk weinig van en gingen maar een potje staan ouwehoeren, besloten we terug te gaan naar de uitspanning van Jörgen, om verder bier te turven. Sidecar had de hele avond al stil op z’n stoel zitten genieten, zoals hij altijd doet. Op een gegeven moment dacht hij dat hij ook wel een verhaal kon vertellen, in het Engels nog wel.


Het koste hem enig denkwerk, maar uiteindelijk kwam het Engelse woord voor zeemeeuw er uit. Wel vreemd dat onze Engelse vrienden het niet snapten. Zij wisten namelijk niet dat een “siemieuw” een vogel is die ook zeer veel aan de Engelse kust voor komt.
Gezien de lange thuisreis de volgende dag was ik zo stom om voor twaalf uur mijn slaapzak op de overloop in de tippie op te zoeken. Bleek om twaalf uur Rob zijn verjaardag te gaan vieren met een fles whisky. Animal deed nog een dappere poging om me, met de kreet “Whisky!!!!”, uit mijn inmiddels ingetreden coma te laten ontwaken, helaas, gemist. 

De volgende ochtend werden we wakker terwijl de regen miezerig uit een grijze wolkenmassa neer beneden kwam. Tot overmaat van ramp was iemand ook nog zo slim geweest om de deur van het gebouw op slotte draaien. Dan de ochtendhoop maar naast de schuur neer leggen, jammer dan. Nog even overleg, of we niet toch maar met de boot zouden gaan, maar nee. Bikkels laten zich niet van hun plannen afbrengen, dus we gingen voor de 900k over de bruggen. Na een haastig broodje en een hartelijk afscheid, gingen we om 8 uur op pad, met een D-Tour richting Nederland. We waren het dorp nog niet uit, of de regen begon met bakken uit de lucht te vallen.

Om een lang verhaal kort te maken. Het bleef de hele dag met bakken uit de hemel vallen. Weinig van de omgeving gezien, soms nog geen honderd meter zicht, maar wel…. Een klassieke Porsche in de vangrail, omdat de bestuurder dacht dat ie te hard ging voor aquaplaning, een ons enthousiast uitzwaaiende benzinepompmevrouw bij Flensburg, volgens Animal door zijn natuurlijke charmes, maar volgens mij uit medelijden, een groot aantal van de Harley-dag in Hamburg terugkomende 80 rijdende Duitsers die stomverbaasd twee gekke Hollanders op Vulcans nakeken die met 120 door de stromende regen aan het toeren waren alsof het een normale zomerse dag was, ikke die toch blij was met het windscherm op kwebbels trouwe 800, Animal die verbaasd zag dat ik steeds verder achter dat zelfde windscherm wegdook, de regen die stopte zo gauw we bij Groninger Poort weer in ons kikkerlandje waren teruggekeerd, en Kwebbels Italiaanse kookkunst, toen we, ondanks de nog wel aanwezige harde wind, nog drijfnat in het Noord-Hollandse arriveerden.

 

     



Al met al een zeer geslaagd, bijzonder, 3 daags tripje. Ruim 1600 kilometer onder de wielen, een bijzonder treffen op een bijzondere plek, alleen een beetje weinig rock en roll, maar verder genoeg belevenissen om na bijna een jaar een verhaal van ruim 5 bladzijden uit de duim te zuigen.
Met dank aan onze vrienden in Denemarken.

D-Tour MBSS